Tegenstellingen van bijvoeglijke naamwoorden

Dit is een multiple choice oefening waardoor je op een leuke manier nieuwe bijvoeglijke naamwoorden leert kennen. Per vraag wordt er een bijvoeglijk naamwoord gegeven zodat je daar het tegenovergestelde bijvoeglijk naamwoord van kunt vinden. Door deze oefening leer je makkelijk het gebruik en de betekenis van belangrijke Duitse bijvoeglijke naamwoorden en hun tegenstellingen.

Oefeningen

Vorbeeld: a) groß <> klein, schmutzig <> sauber
1.) jung <> , intelligent <>

2.) schnell <> , gut <>

3.) klein <> , lang <>

4.) wertvoll <> , nett <>

5.) warm <> , billig <>

6.) dunkel <> , ruhig <>

7.) neu <> , nass <>

8.) heiß <> , interessant <>

9.) hoch <> , stark <>

10.) schlank <> , sauber <>

11.) lieb <> , reich <>

12.) schön <> , weich <>

13.) lustig <> , normal <>

Controleer antwoorden >>

Alle oefeningen van "Bijvoeglijk naamwoorden"