Persoonlijke voornaamwoorden in het Duits

Voorbeelden van Duitse persoonlijke voornaamwoorden zijn "ich", "du" en "wir". Je gebruikt ze om over jezelf of over/tegen een ander te spreken, of om eerder genoemd zelfstandig naamwoord te vervangen (Heb je de jongen gezien? Ja, ik heb hem gezien). In het Duits worden persoonlijke voornaamwoorden verbogen, wat het belangrijk maakt om de verschillende vormen goed te oefenen.

Deze oefening is een meerkeuzeoefening over persoonlijke voornaamwoorden. Je ziet zinnen waarin het persoonlijke voornaamwoord mist. Kies het juiste persoonlijke voornaamwoord (in de goede naamval) uit het rijtje.

Oefeningen

Vorbeeld: Habt ihr morgen Abend Zeit? wir laden euch ein.
1.) Hast ein Geschenk für mich?

2.) ist der Bruder, ist die Schwester.

3.) Meine Schwester ist zwölf. ist meine jüngste Schwester.

4.) ist 22 Jahre alt.

5.) bist langsam, bin schnell.

6.) regnet schon den ganzen Tag.

7.) Meine Freundin und ich fahren in den Urlaub. fahren mit meinem Auto.

8.) ist das schnellste Mädchen der Schule.

9.) wohnen in Deutschland, wohnen in England.

10.) habe mich verlaufen. Könntet mir helfen?

11.) lieben uns und werden uns immer lieben.

12.) Seit Tagen hat sich schon auf den Besuch seiner Oma gefreut.

13.) Wollt uns nicht besuchen kommen?

Controleer antwoorden >>

Alle oefeningen van "Voornaamwoorden"