Het verschil tussen "nach" en "zu"

Hier ga je deze voorzetsels die een plaats aangeven uit elkaar leren houden en door elkaar heen gebruiken. "Nach" wordt gebruikt als het voor een zaaknaam of voor een geografische naam zonder lidwoord staat. Bijvoorbeeld: Er geht nach Italien, wir gehen nach hause. Zu wordt gebruikt in de betekenis van naar als het voor namen van personen staat en als er sprake is van een richting. Bijvoorbeeld: Sie geht zum artzt, wir gehen zu unserem nachbar. In deze oefening klik je het juiste voorzetsel aan.

Oefeningen

Vorbeeld: Ich fahre zu meiner besten Freundin nach Berlin.
1.) Ich fahre Berlin.

2.) Nächste Woche fliegen wir London.

3.) 12:15 = Viertel zwölf

4.) Ich wünsche dir alles Gute Geburtstag.

5.) Ich fahre dem Essen meiner Oma.

6.) Ich arbeite noch nicht. Ich gehe noch Schule.

7.) Du gehst Schule.

8.) dem Essen gehen wir Spielen.

9.) Wir gehen Spielen.

Controleer antwoorden >>

Alle oefeningen van "Voorzetsels"