Voltooid deelwoord in het Duits: Oefeningen

Oefen hier het omvormen van een infinitief naar een voltooid deelwoorden. (“gehen” wordt bijvoorbeeld “gegangen”, “machen” wordt “gemacht”. Voltooide deelwoorden worden gebruikt bij de Perfekt, de Plusquamperfekt en de Futur 2 (zie ook de uitleg bij deze tijden).

Het lastige aan voltooide deelwoorden is dat ze lang niet altijd regelmatig zijn (denk aan “gegangen”). Voltooide deelwoorden van regelmatige, zwakke werkwoorden maak je als volgt: “ge” + stam + “t” (voorbeeld: “gemacht”). Soms wordt er een extra “e” ingevoegd, bijvoorbeeld bij “geredet”. Dit vanwege de uitspraak. Voltooide deelwoorden van regelmatige, sterke werkwoorden maak je als volgt: “ge” + stam + “en” (“gefallen”). Er zijn ook voltooide deelwoorden die je vervoegt met het voorvoegsel “ver” (“verfolgt”) of zonder voorvoegsel (“hintertrieben”).

Oefeningen

Vorbeeld: schreiben = geschrieben, machen = geschrieben, lernen = gelernt
1.) gehen = , sehen = , geben =

2.) kommen = , lassen = , finden =

3.) denken = , essen = , fahren =

4.) sprechen = , spielen = , trinken =

5.) fliegen = , fragen = , helfen =

6.) hören = , kaufen = , lieben =

7.) sein = , haben = , werden =

8.) schreiben = , schlafen = , schmeckt =

9.) bleiben = , nehmen = , bringen =

10.) bekommen = , bestellen = , besuchen =

11.) öffnen = , probieren = , regnen =

12.) mögen = , wissen = , machen =

13.) setzen = , singen = , suchen =

14.) sollen = , heißen = , sagen =

15.) antworten = , arbeiten = , beginnen =

16.) können = , müssen = , wollen =

17.) verstehen = , vergessen = , zeigen =

Controleer antwoorden >>

Alle oefeningen van "Werkwoordstijden"